Sterk wisselend beeld

  • Duitse industrie kampt nog steeds met windstilte
  • PPI eurozone duidt op verdere desinflatoire druk
  • ISM VS duidelijk zwakker dan Markit PMI
  • PMI’s opkomende markten verbeteren over breed front

Vorige week hebben we in plaats van de Weekly onze visie op de wereldeconomie in 2020 gepubliceerd. Ik stel daarin dat de wereldeconomie op korte termijn aan de zwakke kant blijft, maar in de loop van 2020 tekenen van verbetering gaat vertonen. Als mijn inschatting klopt, bereiken we op niet al te lange termijn een keerpunt, of zo u wilt, een omslagpunt. Economische cijfers vertonen rond dergelijke momenten in de conjunctuurcyclus grillig gedrag en sommige indicatoren worden eerder positief dan andere. Het probleem hierbij is dat economische indicatoren ook in goede tijden tekenen van grilligheid vertonen. Het is dus altijd moeilijk te zeggen of wisselende cijfers alleen maar ruis zijn of wijzen op een naderend omslagpunt.

De industriële orders namen in oktober af met 0,4% m-o-m. Dit was teleurstellend na de stijging van 1,5% m-o-m in september. Op jaarbasis waren de orders 5,7% lager, waarbij de orders vanuit Duitsland zelf (-7,7% j-o-j) sneller daalden dan de orders uit het buitenland (-4,3% j-o-j). De Duitse industriële productie liep in oktober met maar liefst 1,7% m-o-m terug. Dit was veel slechter dan verwacht, waardoor de daling op jaarbasis uitkwam op -5,3%, het slechtste cijfer sinds november 2009. Dit is allemaal slecht nieuws. Als je in deze cijfers een lichtpuntje wilt vinden, dan zou dit moeten zijn dat het moeilijk voorstelbaar is dat de vraag naar Duitse industriële producten ook zo zwak is en zelfs als dat het geval is, dat deze zo zwak blijft. Ik denk nog steeds dat de terugval voor een belangrijk deel aan voorraadafbouw is te wijten. Hieraan moet op een gegeven moment een eind komen en moeten de voorraden weer worden aangevuld. De productie neemt dan sterker toe dan de vraag. Ik zie niet waarom dat niet in de loop van 2020 zou gebeuren.

PPI eurozone wijst op toenemende desinflatie

Intussen lijkt de inflatiedruk in de eurozone verder af te nemen. De producentenprijsindex (PPI) voor de eurozone in oktober steeg met 0,1% m-o-m en daalde met 1,9% j-o-j. De daling komt voor een deel voor rekening van de energieprijs. Exclusief energie steeg de PPI met 0,3% j-o-j. Gemeten over de afgelopen zes maanden vertoont de PPI een lichte daling. De stijging van de PPI met 0,3% j-o-j exclusief energie betekent een vertraging ten opzichte van de 1,5% van 12 maanden geleden en 2,2% van 24 maanden geleden. De PPI is volatieler dan de consumentenprijsindex (CPI) en is geen heel nauwkeurige voorlopende indicator voor de CPI, maar de zwakke cijfers voor de producentenprijzen kunnen geen goed nieuws zijn voor een centrale bank die de inflatie wil opkrikken naar net onder 2,0%.

Indicatoren ondernemersvertrouwen VS divergeren

Ik kon vorige week iets zeggen over de Markit PMI voor de VS. De index voor de verwerkende industrie is nu voor de derde maand op rij gestegen en de stijging is meer dan marginaal geweest: van 50,3 in augustus naar 52,6 in november. Het cijfer voor november werd bovendien 0,4 indexpunten naar boven bijgesteld ten opzichte van het voorlopige cijfer. De concurrerende ISM-index voor de verwerkende industrie volgde dit patroon niet en was lager dan verwacht: 48,1 in november, vergeleken met 48,3 in oktober.

De ISM bestaat al veel langer dan de Markit PMI en wordt beschouwd als een uitstekende indicator voor de actuele toestand van de conjunctuur. Het is echter intrigerend dat de PMI en de ISM in tegengestelde richting bewegen. Een optimist zou hopen dat de Markit-indicator iets voorloopt. Als dat zo is, zou de ISM binnenkort moeten verbeteren. Het valt echter moeilijk te bewijzen dat de Markit-indicator sterker prospectief is en de meeste andere Amerikaanse cijfers zijn meer in lijn met de ISM dan met de Markit PMI.

Het is niet duidelijk of en in hoeverre de staking bij GM gevolgen heeft gehad voor de bedrijvigheid en het vertrouwen. De staking begon medio september, duurde tot de laatste paar dagen van oktober en er namen ongeveer 50.000 werknemers aan deel.

PMI’s opkomende markten verbeteren in veel landen

De indicatoren voor het ondernemersvertrouwen beginnen in veel opkomende landen te verbeteren. Zo steeg de inkoopmanagersindex (PMI) voor Zuid-Korea in november voor de tweede maand op rij: van 48,0 naar 49,4. Het cijfer voor november was het hoogste sinds april, maar deze reeks is volatiel en van een opwaartse trend kan men nog niet spreken.

De Chinese PMI’s zijn in november verbeterd. Het door het Chinese nationale bureau voor de statistiek (NBS) gepubliceerde cijfer voor de verwerkende industrie steeg van 49,3 in oktober naar 50,2 in november. De concurrerende Caixin deed het nog beter en kwam uit op 51,8. De index voor de dienstensector is ook verbeterd. Volgens commentatoren schetsen de cijfers voor november mogelijk een beter beeld dan gerechtvaardigd is en worden deze cijfers sterk beïnvloed door de wendingen van het handelsconflict tussen de VS en China. De tijd zal het leren.

De Turkse economie heeft zich de afgelopen jaren zwak ontwikkeld, maar lijkt nu tenminste aan te trekken. De PMI voor Turkije steeg in november naar 49,5, vergeleken met 49,0 in oktober en een dieptepunt van 42,7 in september 2018. Het Turkse bbp is in het derde kwartaal met 0,9% j-o-j gestegen. Dit is het eerste positieve cijfer na drie dalingen op rij.

Het Braziliaanse bbp is in het derde kwartaal met 0,6% k-o-k gestegen. Hierdoor is de stijging op jaarbasis iets toegenomen. De PMI voor het land is in november ook iets verbeterd: naar 52,9, tegenover 52,2 in oktober.

In de vorige week gepubliceerde visie op de wereldeconomie ging ik in op de technologiecyclus. Ik stelde hierin dat de introductie van 5G wellicht een impuls kon geven aan de mondiale elektronicasector en dat dit, gegeven de prominente rol die deze sector speelt, een positief effect zou kunnen hebben op de wereldeconomie in het algemeen. Tegen deze achtergrond is het interessant om te zien dat de PMI voor de elektronicasector in Singapore in november is gestegen naar 49,7, het op één na hoogste niveau van het afgelopen jaar. Duimen dus.