De lange tijd tussen maatregelen en resultaten

Voor de vooruitzichten voor de wereldeconomie en de financiële markten zijn op korte termijn drie aspecten van groot belang:

  • het moeizame streven van de Europese leiders – hun dans op het slappe koord – om de economische onevenwichtigheden te verkleinen en tegelijkertijd de economische groei te bevorderen, een bestuursstructuur op te zetten om de toekomst van de euro veilig stellen en de kiezers binnenboord te houden;
  • het ogenschijnlijke gemak waarmee de Amerikaanse economie de bezuinigingen lijkt op te vangen;
  • de bereidheid van de financiële markten om de beleidsmakers het voordeel van de twijfel te gunnen.

Zoals vorige week al toegelicht, lijkt de welwillende houding van de financiële markten terecht, al moeten ze wel alert blijven op tegenvallers.

Spaarders betalen mee aan redding Cypriotische banken: een precedent?
De Europese leiders zijn eind vorige week een reddingspakket van EUR 10 miljard voor Cyprus overeengekomen. Dat soort pakketten kennen we al van Griekenland, Ierland en Portugal, alsook de Spaanse banken. Nieuw is dat in dit geval ook rekeninghouders een deel van hun geld kwijtraken. Op tegoeden tot EUR 100.000 wordt een ‘heffing’ van 6,75% berekend en op tegoeden daarboven een heffing van 9,9%. Er circuleren echter al berichten dat de autoriteiten de heffing voor kleine rekeninghouders wil verlagen ten koste van de grotere rekeninghouders. In ieder geval moet de reden van deze heffingen worden gezocht in de omvang van de problemen en de forse tegoeden die niet-ingezetenen van de eurozone, met name Russen, aanhouden bij Cypriotische banken. De Europese leiders vonden het niet juist om de belastingbetaler uit de eurozone te laten betalen om Russische rekeninghouders tegemoet te komen. De heffing levert naar verwachting zo’n EUR 6 miljard op. Zonder de heffing had het reddingspakket bijna 100% van het Cypriotische BBP moeten bedragen. Dat werd als te veel voor de economie van het land en als onrealistisch beschouwd. De grote vraag is nu wat de gevolgen van deze maatregel zijn voor het vertrouwen van spaarders elders in de eurozone. Ontstaat er een sneeuwbaleffect en kapitaalvlucht uit banken in bepaalde landen? Wij denken het niet en gaan ervan uit dat Cyprus als een geval apart wordt gezien en dat deze maatregel geen grote aanslag op het vertrouwen van spaarders in de rest van de eurozone zal vormen.

De zoveelste Europese top
Behalve het reddingsplan voor Cyprus heeft de Europese top van afgelopen week weinig concreets opgeleverd. Nu staan de Europese leiders bij het beëindigen van de eurocrisis ook niet voor een gemakkelijke taak. De economie stagneert, de werkloosheid is al onaanvaardbaar hoog en stijgt nog steeds, in veel landen zijn verdere bezuinigingen en structurele hervormingen onvermijdelijk en de kiezers dreigen voortdurend af te haken. In zulke omstandigheden zijn leiders wel gedwongen een strategie van kleine stapjes in de juiste richting te volgen, in de hoop mee te kunnen liften op een aantrekkende wereldeconomie.

In het persbericht dat na de eerste dag van de top verscheen, wordt ‘groeibevorderende begrotingsconsolidatie’ als een van de prioriteiten genoemd. Dat klinkt prachtig, maar wat betekent het? Als je ‘economic growth’ googelt, levert dat 690 miljoen hits op; ‘fiscal consolidation’ levert bijna 10 miljoen treffers op. Maar met de combinatie van de twee: ‘growth-friendly fiscal consolidation’ kom je uit op niet meer dan 253.000 hits, wat erop duidt dat dit nog grotendeels onbekend terrein is.

Het is natuurlijk gemakkelijk om een beetje cynisch te doen, maar dat neemt niet weg dat de maatregelen die de Europese leiders nemen, in de meeste gevallen hout snijden. De omstandigheden zijn alleen ontzettend moeilijk. Om de overheidsfinanciën duurzaam op orde te krijgen, zijn verdere bezuinigingen en structurele hervormingen absoluut noodzakelijk. Helaas hakken die maatregelen er op korte termijn flink in en vallen ze slecht bij kiezers die toch al de buik vol hebben van de hoge werkloosheid en de recessie. De Italiaanse regering Monti kreeg na één jaar al de woede van de kiezers te voelen. Het is dan ook geen verrassing dat Mario Monti de top adviseerde met oplossingen te komen voor ‘de lange tijd’ die zit tussen het nemen van de maatregelen en de eerste positieve resultaten ervan. De top lijkt hierop te reageren door iets minder streng te bezuinigen en meer te kijken naar inspanningen, goede bedoelingen en onderliggende trends. Dat mag een slap compromis lijken, verstandig is het wel.

Zwakke data, maar vooruitzichten verbeteren
De huidige toestand wordt mooi geïllustreerd door enkele Europese cijfers van afgelopen week. De totale Franse industriële productie is in februari bijvoorbeeld met 3,5% j-o-j gedaald (tegen -2,1% in januari), waarbij de daling in de verwerkende industrie uitkwam op -4,1% j-o-j. Dat is aanzienlijk slechter dan in de eurozone als geheel, waar de productie in februari met 1,3% is gedaald. Deze cijfers illustreren het gebrek aan concurrentiekracht van de Franse economie. De regering Hollande heeft dus nog een hoop werk te doen. Hoe erg de crisis in Spanje is en hoe hard hij de Spanjaarden raakt, blijkt uit de detailhandelsverkopen, die in januari met 9,0% j-o-j zijn gedaald. Daar staat tegenover dat het concurrentievermogen van Spanje weer snel toeneemt, onder andere doordat de arbeidskosten in het vierde kwartaal met 3,2% zijn gedaald. Het is dan ook slechts een kwestie van tijd voordat het herstel inzet. Spanje zit dus midden in ‘de lange tussenperiode’ waarover Monti het had.

Ondertussen is Ierland er vorige week in geslaagd voor EUR 5 miljard aan staatsobligaties in de markt te zetten, veel meer dan de beoogde EUR 3 miljard. Dat wijst erop dat de financiële markten vertrouwen hebben in Ierland en in de manier waarop de eurozone de crisis aanpakt.

Alles overziend blijven we erbij dat de eurozone op een aantal belangrijke gebieden vooruitgang boekt en al flink gevorderd is met het op orde brengen van de overheidsfinanciën en het herstel van de concurrentiekracht van de periferie. Verder zal de economie van de eurozone in de loop van het jaar een duwtje in de rug krijgen van de conjunctuurverbetering elders, al zijn onaangename verrassingen natuurlijk nooit uit te sluiten.

De Amerikaanse groeimachine
De Amerikaanse economie heeft begin dit jaar enkele forse belastingverhogingen voor de kiezen gekregen, die binnenkort nog worden gevolgd door automatische bezuinigingen. Omdat die allemaal niet onverwacht kwamen, hadden economen hun groeiprognoses voor de eerste helft van het jaar al naar beneden bijgesteld. Maar de Amerikaanse economie heeft tegen het einde van 2012 aan vaart gewonnen en die trend lijkt zich in 2013 door te zetten. Ondanks de bezuinigingen doen de meeste indices het de laatste tijd beter dan verwacht. De Amerikaanse consument lijkt zich tot nu toe niets van de belastingverhogingen aan te trekken. De detailhandels-verkopen zijn in februari gestegen, en ook het vertrouwen in het MKB is opnieuw toegenomen, al is het historisch gezien nog steeds gering. Verder lijken bedrijven weer meer mensen in dienst te nemen. Het aantal aanvragen voor werkloosheidsuitkeringen is (met één uitzondering eerder dit jaar) in lange tijd niet zo laag geweest. Dat komt overeen met de goede cijfers voor de industriële productie in februari, die 2,5% is toegenomen ten opzichte van dezelfde periode vorige jaar. Dat klinkt misschien niet erg indrukwekkend, maar vergelijk het eens met de -1,3% van de eurozone.

De vraag is natuurlijk of de economie alle belastingverhogingen en andere tegenslagen zo goed blijft opvangen. Eind deze maand treden de automatische bezuinigingen in werking en ook de recente stijging van de energieprijzen kan remmend werken. Zo is de index van producentenprijzen (PPI) in februari met 0,7% m-o-m gestegen, vooral onder invloed van de gestegen brandstofprijzen. De kern-PPI kwam namelijk niet meer dan 0,2% m-o-m hoger uit. De consumentenprijsindex (CPI) en kerninflatie zijn eveneens met respectievelijk 0,7% en 0,2% gestegen. We moeten maar afwachten welke invloed dat de komende maanden op de consumptieve bestedingen heeft. De ervaring leert dat Amerikaanse consumenten belastingverhogen soms schouderophalend afdoen, maar wel erg gevoelig zijn voor kortetermijnfluctuaties in de inflatie. Een ongunstig signaal was de onverwachte daling van het consumentenvertrouwen begin maart zoals gemeten door de University of Michigan.

De impasse in Washington duurt voort, net als de discussie over de onhoudbaarheid van de Amerikaanse overheidsfinanciën. Terwijl de problemen waar de beleidsmakers voor staan niet gebagatelliseerd moeten worden, is het wel vermeldenswaardig dat het tekort nu al enkele jaren daalt. Het begrotingstekort van de federale overheid over de eerste vijf maanden van het lopende begrotingsjaar bedroeg USD 494 miljard. Een jaar eerder was dat nog USD 581 miljard. Het grote probleem voor de Amerikaanse overheidsfinanciën is niet zozeer het huidige begrotingstekort als wel de ramingen voor de sociale zekerheid in zijn huidige vorm. Deze problemen zijn echter niet acuut op dit moment.

In The Economist van afgelopen week staat een heel optimistisch achtergrondartikel over de sterk toenemende concurrentiekracht van de VS. Die zou vooral toe te schrijven zijn aan maatregelen op staats- en lokaal niveau en niet zozeer aan Washington. Interessante lectuur. Het is te hopen dat de beleidsmakers in Parijs en enkele andere Europese hoofdsteden de tijd kunnen vinden om dit artikel te lezen.

 

Dit is de tekst van de Macro Weekly – zie ook www.abnamro.nl/economischbureau  

Mocht u deze publicatie altijd in uw mailbox willen ontvangen, kunt u zich aanmelden via

https://www.abnamro.nl/nl/zakelijk/visie/nieuwsbrief/f_abonneren.html

 

Geef een reactie