Tandje lager of toch nog hoger?

 

  • Economisch sentiment in eurozone verder verbeterd
  • Regionale indices in VS voor ondernemersvertrouwen laten herstel zien
  • Core PCE-index VS daalt verder
  • China overtreedt kolenembargo tegen Noord-Korea

De wereldeconomie groeit dit jaar harder dan verwacht, in sommige gevallen zelfs veel harder. Hoe sterker de groei, hoe sterker ook de verwachting dat we het hoogtepunt naderen en een kentering ophanden is. Vreemd genoeg gebeurt dit niet. Integendeel, het lijkt erop dat de groei aanzwelt.

Welke cijfers passen in dat beeld?

De economische-stemmingsbarometer van de Europese Commissie is in september opnieuw gestegen, naar het hoogste peil in ruim tien jaar. Dat doet vermoeden dat de BBP-groei in de eurozone, op dit moment 0,5-0,6%, waarschijnlijk nog iets zal versnellen. Dat blijkt ook uit de Nederlandse index van het producentenvertrouwen die steeg van 5,4 in augustus naar 8,5 in september, de hoogste stand in bijna tien jaar. Vergelijkbare Franse en Italiaanse indices zijn ook verder gestegen.

Het beeld in de VS is minder eenduidig. Diverse, zij het niet alle, regionale indices van het ondernemersvertrouwen zijn in de loop van het jaar licht gedaald. Drie van de deze week gepubliceerde indices, die voor Dallas, Richmond en Kansas, vertoonden tot nu toe dit jaar een vergelijkbaar patroon en zijn deze week alle drie weer gestegen. Ook de meest recente Chicago PMI, die dit jaar niet was gedaald, stond deze week hoger. Dit wijst erop dat de economische groei in deze regio’s weer versnelt.

De orders voor duurzame goederen in de VS waren fors in augustus. Het totaalcijfer fluctueert nogal en steeg 1,7% m-o-m. Een betere maatstaf voor de bedrijfsinvesteringen is de deelreeks ‘orders voor kapitaalgoederen, zonder defensie en luchtvaart’. Die steeg in juli met 1,1% m-o-m en in augustus met 0,9% m-o-m. Deze reeks is dit jaar met zo’n 6,5% op jaarbasis gegroeid. Niet spectaculair, wel goed. De verkoop van kapitaalgoederen, exclusief defensie en luchtvaart, is in augustus met 0,7% m-o-m toegenomen (was 1,1% m-o-m in juli). Over het hele jaar is deze reeks met ongeveer 6% gestegen.

En welke cijfers passen daar niet in?

Economische cijfers zijn zelden volledig eenduidig. Tegenover een groot aantal goede cijfers staan meestal wel enkele slechte. Dit is ook nu het geval. Terwijl de stemmingsindex van de Europese Commissie blijft stijgen, is de gezaghebbende Duitse Ifo-index voor de tweede maand op rij gedaald, van 115,9 in augustus naar 115,2 in september. Duidelijk iets om in de gaten te houden, want discrepantie tussen de index van de Commissie en de Ifo is ongebruikelijk; ik verwacht dan ook niet dat die lang zal duren.

Ook de Amerikaanse woningmarkt is vrij zwak. De verkoop van nieuwbouwwoningen is in augustus gedaald naar 560.000 op jaarbasis. In juli waren dat er nog 580.000 en op het hoogtepunt in maart 638.000. Het cijfer was ook lager dan het jaar ervoor. Het Amerikaanse consumentenvertrouwen is in september eveneens licht afgenomen, maar dat mocht geen naam hebben.

Wat misschien wel een naam mag hebben, is de ontwikkeling van de metaalprijzen. Veel metalen zijn sinds juni in prijs gestegen, maar in september zijn koper, nikkel, ijzererts en cokeskolen allemaal licht in prijs gedaald. Misschien een kwestie van kortstondige volatiliteit, maar wel iets om op te letten.

Mijn conclusie op basis van alle cijfers van de afgelopen dagen is dat ze goed aansluiten bij mijn idee dat de groei van de wereldeconomie niet vertraagt, maar juist versnelt.

Lage inflatie: de vraag is nu of die blijvend is

Met 1,5% is de totale inflatie in de eurozone in september gelijk gebleven ten opzichte van de maand ervoor. De kerninflatie is jaar op jaar echter licht gedaald, van 1,2% naar 1,1% Deze cijfers laten zien dat de ECB worstelt met haar inflatiedoelstelling, terwijl de economie toch goed groeit. Maar voor Europa kun je tenminste nog aanvoeren dat de onbenutte capaciteit in de economie, ondanks de stevige groei, de inflatie drukt.

In de VS is de situatie ingewikkelder. De werkloosheid heeft het peil bereikt waarop normaal gesproken looninflatie begint op te treden, de prijzen van olie en andere grondstoffen zijn gestegen, de dollar is in waarde gedaald en de Fed voert nog altijd een accommoderend beleid. Toch is de kerninflatie dit jaar licht gedaald, tegen de verwachting in. De Fed gaat ervan uit dat dit een tijdelijk verschijnsel is. Maar de kerninflatie is nu al zes maanden lager dan verwacht en dat begint toch op een trend te lijken. Ook het meest recente cijfer voor de core PCE, de favoriete inflatiemaatstaf van de Fed, viel weer lager uit dan verwacht. Jaar op jaar daalde die van 1,4% naar 1,3%. Ik beweer al geruime tijd dat dit vooral komt door structurele economische veranderingen, vooral als gevolg van technologie. De Fed kan daar naar mijn mening weinig aan doen en moet dat ook niet proberen. Dat de inflatie achterblijft bij de verwachting moet de Fed er dan ook niet van weerhouden het monetair beleid te normaliseren. Ze dient wel te beseffen dat ‘het nieuwe normaal’ door de lage inflatie lager ligt dan in het verleden.

China beëindigt het embargo op invoer van steenkool uit Noord-Korea

Eind vorig jaar kondigde de VN een embargo aan op de invoer van steenkool uit Noord-Korea. Omdat China verreweg de grootste importeur van Noord-Koreaanse steenkool is, staat of valt zo’n embargo met de bereidheid van China eraan mee te werken. En in maart heeft China de invoer inderdaad stopgezet en vier maanden lang helemaal geen steenkool uit Noord-Korea geïmporteerd. Dat moet Noord-Korea zeker gevoeld hebben en tot valutaproblemen in Pyongyang hebben geleid, want steenkool is een van de belangrijkste, zo niet het belangrijkste exportproduct van het land en China is de grootste afzetmarkt. Maar het lijkt erop dat China de invoer van steenkool in augustus heeft hervat. Dit blijkt uit de Chinese handelscijfers en die lijken ons juist. Wij kunnen de reden hiervoor niet achterhalen, maar neigen tot de speculatieve verklaring dat Pyongyang door het embargo financieel onder druk kwam te staan en dat China die druk nu probeert te verlichten. Dat China weer steenkool uit Noord-Korea invoert, lijkt volkomen in tegenspraak met recent nieuws dat het land de druk op Noord-Korea juist opvoert. Wordt vervolgd…

Goudlokje is terug, maar bewolking blijft aan de horizon

  • Dit jaar overtreft de groei tot dusver overal de verwachtingen
  • Geen tekenen van vertraging op korte termijn
  • Bescheiden inflatie
  • Maar grote onzekerheden zijn gemakkelijk aanwijsbaar

De wereldeconomie groeit sterker dan aan het begin van dit jaar werd verwacht. Er doen zich bijna overal positieve verrassingen voor. Bij de grote economieën geldt dit voor de eurozone, Japan en China. De VS vormt de grote uitzondering. Hier ontwikkelt de economische groei zich volgens onze verwachting. Onze prognose van eerder dit jaar was echter mede gebaseerd op de aangekondigde begrotingsstimulansen van president Trump. Dat effect is uitgebleven. De Amerikaanse economie ontwikkelt zich zonder stimulansen dus net zo goed als wij hadden verwacht mét beleidsinitiatieven. Dit is dus zeker niet slecht!

Is het wachten op een vertraging?

Wij gaan er al enige tijd vanuit dat de groei in de belangrijkste economieën wat gaat afzwakken. Hier hadden wij een aantal redenen voor. Ten eerste groeit de economie in veel landen al enige tijd in een meer dan trendmatig tempo; het zou alleen maar logisch zijn als de groei iets afzwakt het trendmatige niveau. Wij hadden verwacht dat dit tot uiting zou komen in de ontwikkeling van de indicatoren voor het ondernemersvertrouwen, die over het algemeen een goede indicatie geven van de ontwikkeling van de conjunctuur op korte termijn. Omdat veel van deze indicatoren eerder dit jaar het hoogste punt in jaren bereikten, dachten we dat deze iets zouden afzwakken. Verder gingen wij uit van een lichte vertraging van de belangrijke Chinese economie, als gevolg van maatregelen van de Chinese beleidsmakers om de kredietgroei af te remmen. Tot dusver blijven deze tekenen van een vertraging van de wereldwijde groei echter uit.

Nog steeds op volle toeren

Afgaande op recente indicatoren ligt een vertraging van de verschillende economieën op korte termijn niet voor de hand. De Amerikaanse ISM voor de verwerkende industrie is in augustus omhoogschoten tot het hoogste niveau sinds 2011. De door de Europese Commissie gepubliceerde ‘Economic Sentiment Index’ voor de eurozone bereikte in augustus de hoogste stand in ruim tien jaar. Ook Chinese PMI’s stegen in augustus, tegen alle verwachtingen in. Er zijn meer tekenen dat de wereldeconomie, en met name de verwerkende industrie, beter standhoudt dan verwacht. De prijzen van basismetalen hebben zich de afgelopen maanden zeer sterk ontwikkeld en ook de cijfers uit de logistieke sector laten een goede ontwikkeling zien. Gegeven al deze signalen is er alle reden om de groeiprognoses voor de korte termijn te verhogen. Dit werkt vervolgens ook door in 2018.

Bescheiden inflatie

De inflatie in de VS vertoont een bescheidener verloop dan verwacht. Dit is eigenlijk het grootste deel van dit jaar al het geval. Het zou echter nog steeds toeval kunnen zijn. Mogelijk leidt de krappe arbeidsmarkt binnenkort tot forsere loonstijgingen, met een aantrekkende inflatie als gevolg. De stijging van de olieprijs sinds half juni kan eveneens de totale inflatie op korte termijn iets opdrijven. Ook de zwakkere dollar kan een licht inflatoir effect hebben in de VS.  Ik ben echter al lang van mening dat de lage Amerikaanse inflatie te wijten is aan meer structurele factoren en het zou mij verbazen als de inflatie sterk en hardnekkig gaat stijgen.

De inflatie in de eurozone is dit jaar iets opgelopen, maar is nog steeds lager dan de doelstelling van de ECB. De sterkere euro zal de inflatie in bedwang houden. Wij denken dat de inflatie in de komende maanden waarschijnlijk iets vertraagt.

Normalisering van het monetaire beleid

Het monetaire beleid is in een aantal, maar niet alle, landen aan het veranderen. De Japanse en Britse centrale bank zullen bijvoorbeeld het beleid vermoedelijk nog enige tijd ongewijzigd laten. De Amerikaanse Federal Reserve (Fed) heeft de kwantitatieve verruiming in 2014 stopgezet en heeft de rente sinds december 2015 vier keer verhoogd. Volgens de prognoses die de Fed in juni publiceerde, was de mediane verwachting van de leden van het FOMC, haar beleidscomité, dat de rente tot eind 2018 vier keer zou worden verhoogd. De aanhoudend lage inflatie maakt dit twijfelachtig. De financiële markten hebben er trouwens nooit in geloofd. Wij denken dat de Fed tijdens de vergadering van 20 september het aantal verwachte renteverhogingen tot eind 2018 gaat terugbrengen naar misschien één of twee. De Fed heeft ook aangegeven dat aflossingen op obligaties voor een geringer deel worden herbelegd teneinde de balans te verkorten. Wij verwachten dat dit plan wordt uitgevoerd, zij het met flexibiliteit als zich ongewenste ontwikkelingen voordoen.

De ECB zal tijdens de vergadering van oktober plannen voor het terugdraaien van haar aankoopprogramma aankondigen. Wij verwachten dat de ECB zal benadrukken dat de vermindering langzaam, voorzichtig en flexibel zal verlopen. Tijdens zijn laatste persconferentie probeerde ECB-president Draghi vergeefs de euro naar beneden te praten. Marktpartijen begrijpen dat de ECB geen beleidsopties heeft om de koers van de euro te drukken. Dat zou een versoepeling van het monetaire beleid vereisen, maar dat gaat duidelijk niet gebeuren.

Bewolking aan de horizon

Hoewel de kortetermijnvooruitzichten voor de wereldeconomie, met een sterke groei en lage inflatie, kunnen worden omschreven als ‘ goudlokje’, moeten we niet vergeten dat er nog verschillende forse onzekerheden zijn. De hierboven genoemde normalisering van het monetaire beleid in de VS en de eurozone is zo’n onzekerheid.

Het economische beleid in China is een andere factor: de gevolgen die de pogingen om de schuldratio’s te verlagen op korte termijn hebben voor de economische prestaties, blijven onzeker.

Ook Noord-Korea kan hoofdpijn opleveren. Uit de recente kernproeven kan worden opgemaakt dat Noord-Korea op dit gebied tot veel meer in staat is dan velen dachten. De acties van de Noord-Koreaanse leiders blijven onvoorspelbaar. President Trump heeft aangegeven dat hij strafmaatregelen wil nemen tegen landen die handel drijven met Noord-Korea. Omdat 90% van de Koreaanse handel plaatsvindt met China, lijkt Trump China te dreigen met handelsrestricties. Een escalatie kan uitmonden in een handelsoorlog die uiterst schadelijk zou zijn voor de wereldeconomie.

De discussie over het schuldenplafond in de VS is eveneens een onderwerp dat de financiële markten van hun stuk kan brengen. Aanvankelijk leek het erop dat het schuldenplafond deze maand zou worden bereikt. President Trump had gezegd dat hij geen wet zou tekenen waarmee het plafond zou worden verhoogd, tenzij hij geld zou krijgen voor de bouw van de muur tussen de VS en Mexico. Een impasse zou hebben geleid tot de sluiting van overheidsloketten. Door de noodsituatie die is ontstaan in Texas na orkaan Harvey, zou stillegging van de overheid echter onaanvaardbaar zijn. Het Congres en de president zijn daarom overeengekomen dat het schuldenplafond licht wordt verhoogd. De werkelijke discussie is hiermee uitgesteld tot december.

Ik zie dat Europa, afgezien van normalisering van het monetaire beleid, nog niet voorkomt op de lijst van onzekerheden. De rommelige discussie over de Brexit en de naderende algemene verkiezingen in Italië zijn echter ook potentiële bronnen van onrust op de financiële markten.

Het onbekende Noord-Korea

in samenwerking met Arjen van Dijkhuizen, Sr. Econoom Opkomend Azië

  • ·         Geopolitiek domineert de berichtgeving over Noord-Korea …
  • ·         … en economische cijfers over het land zijn schaars en onbetrouwbaar
  • ·         Toch pogen we enig inzicht in de economische ontwikkelingen te geven
  • ·         De uitvoer van steenkool naar China is volledig tot stilstand gekomen…
  • ·         … maar de invoer lijkt daar tot nu toe niet onder te lijden
  • ·         Oplopend handelstekort zet waarschijnlijk extra druk op het regime

Noord-Korea is volop in het nieuws. Vorige week weer toen Koreaanse raketten het Japanse luchtruim doorkruisten en gisteren dankzij een test met de krachtigste kernproef tot nu toe. De berichtgeving gaat vooral over politiek, inclusief de raketkwestie en wat dit betekent voor de verhouding met de VS, Zuid-Korea, Japan en de rest van de wereld.

Over de Noord-Koreaanse economie is echter heel weinig bekend, behalve dan dat het land arm is en ’s nachts niet te zien is vanuit de ruimte. Voor zover we weten, zijn er heel weinig analisten die zelfs maar proberen economische informatie over het land te verzamelen. Hoewel we zeker niet willen pretenderen Noord-Koreadeskundigen te zijn, leek het ons interessant te proberen er enkele recente economische ontwikkelingen uit te lichten. Hierbij moeten we wel de kanttekening maken dat cijfers over de economie zeer schaars en waarschijnlijk niet erg betrouwbaar zijn. Een degelijke economische analyse is dan ook niet mogelijk, maar we doen een toch een poging. Iemand moet het doen…

Economische transformatie?

De gerespecteerde Financial Times kwam onlangs, in de reeks ‘The Big Read’, met een paginagroot artikel over de economie van Noord-Korea. De toonzetting verbaasde ons. Het artikel suggereerde dat de economie in de lift zou zitten, in ieder geval de laatste tijd Deze opleving zou te danken zijn aan enkele liberaliseringsmaatregelen die de FT op het conto schrijft van Kim Jong-un. Op grond van interviews met mensen die het land zijn ontvlucht, werd het beeld geschetst dat ‘de Noord-Koreaanse leider economische groei tot speerpunt had gemaakt, naast de ontwikkeling van kernwapens.’ Verder werd opgemerkt dat het land zich langzaam ontwikkelde van een zeer strak gecontroleerde socialistische planeconomie naar een meer marktgerichte economie.

Een arm land en een groeiversnelling gevolgd door een vertraging…

Volgens de Economist Intelligence Unit (EIU) bedroeg het nominale BBP in 2015 USD 15 miljard. Dat is enkele miljarden minder dan het BBP van Afghanistan en ongeveer vergelijkbaar met de provincie Drente. Het is niet duidelijk in hoeverre dit cijfer de totale economische bedrijvigheid van het land adequaat weergeeft.

Uitgaande van een bevolking van circa 25 miljoen raamde de EIU het BBP per hoofd van de bevolking voor 2015 op ongeveer USD 600 (nominaal, dus niet gecorrigeerd voor koopkracht). Dat is laag, maar rond de eeuwwisseling was het minder dan USD 500. Er is dus vooruitgang. De EIU heeft verder berekend dat de economie sinds de eeuwwisseling met gemiddeld 2% per jaar is gegroeid. Gedurende het grootste deel van deze periode is er echter geen duidelijke trend te ontdekken. De EIU-cijfers wijzen wel op een duidelijke groeiversnelling n 2016 (tot zo’n 4%), gevolgd door een verwachte vertraging in 2017 (naar zo’n 1,5%) en krimp in 2018 (-1%).

… en een oplopend handelstekort

De meest actuele met enige regelmaat uitkomende cijfers die we konden vinden, hebben betrekking op de buitenlandse handel. Hieruit komen enkele interessante ontwikkelingen naar voren. Volgens het IMF heeft Noord-Korea in 2016 voor USD 2.969 miljoen uitgevoerd (f.o.b.), waarvan 86% (USD 2.554 mln.) naar China. Steenkool lijkt het belangrijkste exportproduct. China importeerde vorig jaar voor USD 1.012 miljoen aan kolen uit Noord-Korea. Dat was 40% van de totale Chinese invoer vanuit dit buurland. Noord-Korea voerde voor in totaal USD 3.733 miljoen (c.i.f.) in. Daarvan was USD 3.389 miljoen, ofwel 91%, afkomstig uit China.

Het handelstekort was vorig jaar dus USD 764 miljoen. Over de financiering daarvan zijn geen cijfers beschikbaar, en ook niet over de kapitaalrekening of de valutareserves. Aangezien het land een structureel tekort op de handelsbalans heeft en geen toegang heeft tot de internationale kapitaalmarkten, is het moeilijk voor te stellen dat het valutareserves kan hebben opgebouwd. Misschien moeten we er dus maar van uitgaan dat China, de grootste economische partner, de middelen verschaft om het tekort te dekken.

De uitvoer van steenkool naar China is volledig tot stilstand gekomen

In de loop van 2017 is er iets interessants gebeurd in de handel van Noord-Korea. De waarde van de uitvoer is sterk afgenomen: volgens cijfers van het IMF met zo’n 27% j-o-j in de eerste vijf maanden van het jaar. De daling doet zich vooral voor na februari. De beschikbare cijfers van het IMF voor de periode maart-mei wijzen op een daling van 40% j-o-j. Dat lijkt het directe gevolg van de VN-sancties tegen het land, of beter gezegd, van het feit dat China de sancties naleeft. Met de VN-sancties van november 2016 is een maximum gesteld aan de uitvoer van steenkool door Noord-Korea en is de export van koper, zink, nikkel en zilver verboden.

Het probleem met alle sancties tegen Noord-Korea is dat het van China afhangt of ze in de praktijk ook werken. In het verleden lijkt China zich niet erg strikt aan VN-sancties tegen Noord-Korea te hebben gehouden. In februari 2017 kondigde het grote buurland echter een totale stop aan voor de invoer van steenkool uit Noord-Korea voor de rest van het jaar. Volgens de officiële statistieken ligt de invoer sinds maart 2017 inderdaad volledig stil. Of de invoerstop daadwerkelijk bedoeld is om Pyongyang onder druk te zetten, of dat China zijn koleninvoer wilde verminderen om andere landen, met name de VS, ter wille te zijn, weten we uiteraard niet. Opvallend is wel dat China de invoer van steenkool uit Noord-Korea eerst flink lijkt te hebben opgeschroefd, rond de tijd dat de VN de sancties afkondigde. Het is ook onduidelijk of de invoerstop volgend jaar nog geldt. Over de Chinese invoer van koper, zink, nikkel en zilver hebben we geen cijfers, dus of de invoer daarvan ook is gestopt, weten we niet.

Steenkool is verreweg het belangrijkste exportproduct van Noord-Korea en China is de grootste afnemer. Het kan dan ook niet anders dan dat het Chinese invoerverbod een gevoelige slag heeft toegebracht aan de Noord-Koreaanse economie (dit verklaart de door de EIU voorziene scherpe vertraging in 2017 en krimp in 2018). De pijn lijkt iets te worden verzacht door de stijgende Chinese invoer van Noord-Koreaans ijzer- en looderts. Als de Noord-Koreaanse invoer op het huidige niveau blijft, neemt het handelstekort toe tot circa USD 1,5-2,0 miljard. Dat is veel voor een land met een exportbasis van ongeveer USD 3-5 miljard (de cijfers variëren per bron).

Invoer Noord-Korea tot nu toe onveranderd

In een ‘normale’ economie zou zo’n daling van de exportinkomsten de valuta van het land enorm onder druk zetten. De invoer zou waarschijnlijk scherp dalen, met als gevolg een ernstige economische recessie. Dat lijkt tot nu toe niet het geval. De Noord-Koreaanse invoer lijkt er niet onder te lijden. Sterker nog, de totale invoer vanuit China is in de eerste zeven maanden van het jaar zelfs gestegen, met 22% j-o-j.


Daarvoor zijn vier verklaringen te bedenken. Ten eerste zouden de cijfers onjuist kunnen zijn en heeft China de invoer van Noord-Koreaanse steenkool helemaal niet stopgezet. Het lijkt echter niet waarschijnlijk dat de Chinezen daarover zouden kunnen of willen liegen. Ten tweede zou Noord-Korea financiële reserves kunnen hebben die het nu aanspreekt om zijn oplopende handelstekort te financieren. Ook dit lijkt ons onwaarschijnlijk. Mocht het toch waar zijn, dan is het niet lang vol te houden. Een derde mogelijkheid is dat China het tekort financiert met extra leningen of overdrachten. In dat geval verzachten de Chinezen de gevolgen van de sancties waaraan ze zich inmiddels lijken te houden. Dit zou een verklaring kunnen zijn en het zou China ook andere middelen geven om Kim Jong-un onder druk te zetten. Tot slot is het mogelijk slechts een kwestie van tijd voordat de sterke daling van de exportinkomsten pijn gaat doen en de invoer alsnog keldert. Dat zou de economie en daarmee de leiders in Pyongyang onder druk zetten.

Conclusies

Noord-Korea is een arm, gesloten en geheimzinnig land. Over de economie is weinig bekend. Volgens de Financial Times kent het land een lichte economische opleving als gevolg van enige liberalisering. Blijft het feit dat Noord-Korea sinds het in 2006 zijn eerste kernproeven deed, gebukt gaat onder economische sancties van de VN, de VS, de EU en andere landen.

De meest actuele informatie over de Noord-Koreaanse economie komt uit internationale handelscijfers. Daaruit blijkt niet alleen een structureel handelstekort, maar ook dat China veruit de grootste handelspartner is en steenkool een belangrijk exportproduct is.

Sinds februari voert China in het geheel geen steenkool uit Noord-Korea meer in, overeenkomstig de VN-sancties van november 2016. Je zou verwachten dat dit de Noord-Koreaanse economie geweldig onder druk zou zetten, maar aan de ontwikkeling van de invoer te zien, lijkt dat niet direct het geval. Dat kan een kwestie van tijd zijn, of het komt doordat China andere producten invoert of het land financiert, wat de effectiviteit van de sancties zou verminderen. We moeten de ontwikkelingen op handelsgebied goed in de gaten houden. Druk op de Noord-Koreaanse economie kan de regering op de knieën dwingen of tot gevaarlijke wanhoopsacties leiden. Al zal de waarheid, zoals meestal, wel ergens in het midden liggen.